Een politiek programma in opbouw. Kom over een jaar of drie nog eens kijken...

4.2 Bedrijven vs. consumenten

In theorie zouden bedrijven die zich tegen de belangen van de consument keren in een vrije markteconomie weggeconcurreerd moeten worden door concurrenten die dat niet doen. Dit argument wordt gebruikt om te verhinderen dat de overheid zich mengt in consumentenzaken, en dus bedrijfsbelangen te laten voorgaan op consumentenbelangen. Hier welbekende voorbeelden die aantonen dat deze theorie niet klopt.

 

  • Fabricanten van printers maken opzettelijk allerlei verschillende soorten cartridges voor hun printers, hoewel het voor iedereen veel gemakkelijker en goedkoper zou zijn als er een standaard bestond voor cartridges. De redenen:
    • Men kan de printer onder de prijs verkopen om de consument te lokken en dan dat verlies meervoudig terugverdienen door absurd hoge prijzen aan te rekenen voor de cartridges, waarop men een monopolie heeft. Deze strategie wordt toegepast op printers voor particulieren.
    • Men kan systematisch de productie van cartridges vroegtijdig stopzetten om de consument telkens te verplichten een nieuwe printer te kopen. Deze strategie wordt toegepast op printers voor bedrijven.

 

  • Amerikaanse telecomoperatoren passen de gsm's die ze verkopen aan. Ze schakelen daarbij functionaliteiten uit en laten de consument later betalen om die functies weer te activeren. Doordat ze voor een bepaald model gsm's exclusiviteit bedingen bij de fabricant hebben ze een de facto monopolie op dat model.