2.1 Parlement
Eénkamerstelsel versus tweekamerstelsel in een federatie
Algemeen
In een federaal parlement volstaat één kamer om een dubbele meerderheid van bevolking en deelstaten te bekomen: stel het parlement proportioneel samen maar benoem per deelstaat een gelijk aantal volksvertegenwoordigers tot senatoren. Bij elke stemming moet er een meerderheid onder de senatoren zijn én een meerderheid van de voltallige kamer.
De USA heeft een parlement met twee kamers dat model zou moeten staan voor alle parlementen met twee kamers: één kamer (het House of Representatives) heeft een min of meer proportionele vertegenwoordiging van de bevolking, terwijl in de andere (de Senaat) elke deelstaat gelijk vertegenwoordigd is (met twee leden). Doordat elk wetgevend initiatief in beide kamers moet goedgekeurd worden moet het zowel een meerderheid van (de vertegenwoordigers van) de bevolking als een meerderheid van de deelstaten achter zich krijgen - een zogenaamde dubbele meerderheid.
Dit systeem is een elegante manier om deelstaten van verschillende grootte te laten deelnemen aan de democratische besluitvorming: de kleine deelstaten kunnen niet zomaar genegeerd worden terwijl de grote deelstaten toch hun groter gewicht behouden. Een parlement met twee kamers heeft echter onvermijdelijk het nadeel dat er veel dubbel werk geleverd wordt en veel tijd verloren gaat.
Een federaal parlement kan met één kamer volstaan en dus efficiënter werken terwijl toch het principe van de dubbele meerderheid toegepast wordt. Dat kan door het parlement proportioneel samen te stellen maar per deelstaat de x volksvertegenwoordigers met de beste verkiezingsuitslag de status van senator te geven. Bij elke stemming moet er zowel een meerderheid zijn onder alle volksvertegenwoordigers als een meerderheid van de senatoren. Met één stemming kan men zo telkens zien of er een dubbele meerderheid is.
Het tweekamerstelsel is trouwens niet ontstaan omwille van het evenwicht tussen deelstaten, maar wel omwille van het evenwicht tussen het volk en de elite. Traditioneel was er één kamer democratisch samengesteld en dus een echte volksvertegenwoordiging, terwijl het andere werd samengesteld door een elite die zich onderscheidde door rijkdom of adellijke titels of een ander criterium - het Britse systeem met een House of Commons en een House of Lords illustreert dit het best.
Het tweekamerstelsel heeft die historische rol in de overgang van oligarchie naar democratie vervuld en is nu overbodig.
Het Europees parlement
Het hoger beschreven principe is bijzonder geschikt voor het Europees parlement. Dat heeft nu één kamer zonder mechanisme om de dominantie van de grote deelstaten te compenseren.
Het Belgisch parlement
Schaf de Senaat (de kleinere kamer) af om de efficiëntie van ons parlement te verhogen en kosten te besparen. Een tweekamerstelsel heeft in België geen enkel nut.
Het Belgisch federaal parlement heeft twee kamers maar die zijn beide min of meer proportioneel samengesteld. Ons parlementair systeem biedt dus geen voordeel bij het bewaren van het federale evenwicht tussen de deelstaten maar heeft wel alle nadelen van een tweekamerstelsel. Eén van de twee kamers is compleet overbodig; de kleinere Senaat mag stante pede afgeschaft worden.
Men zou er voor kunnen pleiten het hoger beschreven federale tweekamerstelsel toe te passen op het Belgisch parlement en van de senaat de kamer met gelijke vertegenwoordiging van de deelstaten te maken. Verhofstadt heeft vroeger plannen in die richting gehad. Met maar twee en een halve lidstaat werkt het mechanisme echter niet, en er bestaan trouwens al andere procedures om het evenwicht tussen de deelstaten te bewaren. Schaf de senaat dus gewoon af.